Werking van de filter
De Biotec-filter werd speciaal ontwikkeld voor de reiniging van tuinvijvers:
hij voorziet het water 24 uur op 24 van zuurstof en verzekert een intensieve
biologische filtratie. Door het gebruik van doelgericht gekweekte bacteriën
(Biokick) kan de filtercapaciteit verhoogd worden en de toevoertijd verkort.
De voedingsstoffen worden als bacteriebiomassa in de filter vastgelegd en
kunnen gemakkelijk verwijderd worden door de afzonderlijke filtermodules
uit te spoelen.
De Biotec-filter bestaat uit verschillende kamers waardoor
het vijverwater gepompt wordt. Op tekening 8 (p. 14) is een vereenvoudigd
stromingsschema van de filter voorgesteld. De afzonderlijke etappes worden
hierna toegelicht.
- Het vervuilde vijverwater wordt via een pomp naar de filter geleid.
- Een deel van het ongereinigde water wordt als bypass naar het UVC-gedeelte
geleid, waar algen en ziekteverwekkers gedood worden door de UV-straling.
- Door een sproeiverluchting in het toevoergedeelte wordt het water verrijkt
met zuurstof. Een hoog zuurstofgehalte in het begingedeelte is een voorwaarde
voor een optimale biologische filtercapaciteit.
- Het water komt eerst in de blauwe zone. Hier worden grove
vuilpartikels door de mechanische filterwerking tegengehouden. Vuilpartikels
worden geoxideerd en de nitrificatie van de eerste orde, de omzetting van
ammonium resp. ammoniak in nitriet, vindt plaats. Tegelijkertijd kan ook al in
deze zone de nitrificatie van de tweede orde (afbraak van nitriet tot nitraat) in
geringe mate beginnen.
- De speciale vullichamen onderscheiden zich door een bijzonder grote
oppervlakte als vestigingsplaats voor kleine organismen en micro-organismen.
Hier vormt zich een bacterieveld dat naast de mineralisatie al een verdere
afbraak van nitriet tot nitraat (nitrificatie van de tweede orde) teweegbrengt.
- De Biotec-Plus-zone is een systeem voor de opname van filterstarters (Biokick)
of andere biologisch werkende toevoegsels (BIO-ACCU of BIO-STABILISATOR)
voor de versterking en verbetering van de filtercapaciteit
- In de rode zone vindt, bovenop een mechanische fijne filtratie en de
mineralisatie, de nitrificatie van de tweede orde - de omzetting van nitriet in
nitraat - plaats.
- In de denitrificatiezone zijn de micro-organismen dankzij de
zuurstofarme omstandigheden in staat om overtollig nitraat om te
zetten in gasvormige stikstof die niet bruikbaar is voor planten en algen.
- Het gereinigde en heldere water wordt vanuit de filter naar de tuinvijver geleid.
Aangezien het nu maar weinig zuurstof bevat, moet het aan de uitloop
bijvoorbeeld via een beekloop verrijkt worden met zuurstof.
De zones 4, 5, 7 en 8 zijn dankzij hun bijzonder grote oppervlakte geschikt als
vestigingsplaats voor kleine organismen en micro-organismen. Hier komt het tot een
sterkere groei van de micro-organismen en worden tegelijkertijd
voedingsstoffen in de biomassa opgenomen. Deze biomassa kan gemakkelijk
worden verwijderd door de uitneembare vuiltank en wordt dus uit de vijver
genomen. Die voor de vijver niet gewenste biomassa is uitstekend geschikt
als compostmeststof.
Het belang van de doorstroomsnelheid
De stroomsnelheid van het belaste vijverwater in de Biotec-filter heeft een
invloed op de filtercapaciteit van de micro-organismen. Om de filtercapaciteit
optimaal aan te passen, is het daarom nuttig om pompen met reguleerbare
doorstroomsnelheid aan te wenden. Bij sterk belaste vijvers met visstand
moet dan een hoge pompcapaciteit gekozen worden, zodat een goede
zuurstofvoorziening gewaarborgd wordt en een hoge afbraak- en nitrificatiecapaciteit
bereikt wordt.
Bij zwak belaste vijvers of in tijden waarin de vissen
niet gevoederd worden, is een geringere stroomsnelheid voldoende. De daarmee
gepaard gaande geringere afbraakcapaciteit is voor zwak belaste vijvers
nog steeds voldoende. Tegelijkertijd wordt een sterkere denitrificatie bereikt
en wordt overbemesting tegengewerkt door de toevoer van leiding- of regenwater.
Voor de mineralisatie van de organische verbindingen
en de omzetting van ammonium in nitraat via nitriet (nitrificatie) hebben
de micro-organismen zuurstof nodig. Dat betekent dat de nitrificatie gebeurt
in het voorste filtergedeelte aangezien daar door de sproeiverluchting veel
zuurstof binnenkomt. Bij een hoge doorstroomsnelheid wordt de zuurstof tot
ver in de filter gebracht, zodat een grote zuurstofrijke zone en zodoende
een grote nitrificatiezone wordt gevormd.
De denitrificatie (reductie van nitraat tot stikstof)
gebeurt in het zuurstofarme medium, dus veeleer in het achterste gedeelte
van de filter. Bij een lage doorstroomsnelheid is de toevoer van zuurstof
kleiner dan bij een hoge doorstroomsnelheid. De zuurstof wordt dus al in
het voorste filtergedeelte opgebruikt, en in het achterste gedeelte wordt
een grote zuurstofarme denitrificatiezone gevormd.
De doorstroomsnelheid heeft echter niet alleen een invloed
op de omstandigheden van nitrificatie en denitrificatie, maar ook op het
groeipercentage van de micro-organismen. Bij een hoge doorstroomsnelheid
met een hoge zuurstoftoevoer zijn hoge afbraakpercentages en dus ook hoge
groeipercentages mogelijk. Daarom moet de filter bij een hoge doorstroomsnelheid
vaker gereinigd worden dan bij een lage doorstroomsnelheid, wegens de versterkte
biomassaproductie.
Voor een optimaal gebruik is het dus belangrijk om de
doorstroomsnelheid aan te passen aan de heersende omstandigheden. Dat betekent
dat bij sterk belaste vijvers in het begin een hoge doorstroomsnelheid moet
gekozen worden. In de regel wordt in de tuinvijver ongeveer 2 tot 4 weken
na de inbedrijfstelling van het Biotec-filtersysteem een biologisch evenwicht
bereikt. Op dat moment kan de doorstroomsnelheid verlaagd worden.
Voor zwak belaste vijvers is van bij het begin een lagere
doorstroomsnelheid voldoende. Men kan dus een vijverpomp met een zwakkere
capaciteit kiezen. Toch is het raadzaam om een voldoende sterk gedimensioneerde
pomp aan te wenden, waarvan de capaciteit indien nodig kan worden verminderd.
Op die manier kunt u steeds voor de juiste doorstroomsnelheid zorgen.
Bio-kick
De filterstarter Biokick, die ontwikkeld is door de firma Biologic, bevat speciaal
gekweekte bacteriën en hoogwaardige toevoegmiddelen die de basis vormen
voor een snelle, eerste vestiging van nieuwe biologische filtereenheden. Die
bacteriën komen oorspronkelijk uit een natuurlijke omgeving (water en bodem),
maar werden naargelang van hun beste eigenschappen uitgezocht en 'gegradeerd'.
Lange toevoertijden van de filter worden op die manier tot een minimum teruggebracht.
Ook na behandeling van de vissen met geneesmiddelen moet Biokick toegevoegd
worden om de filtercapaciteit, die door antibiotica afgenomen is, weer te verbeteren.
Bio-accu
Bio-acco verzamelt energie voor de micro-organismen en wordt 2-4 weken na gebruik
van Biokick aangewend. Bio-accu dient als voedingssupplement voor de
bacteriën die zich in de Biotec-filter gevestigd hebben, en zorgt op die manier
voor een intensivering en waarborging van de op gang gebrachte processen.
Bio-stabilisator
Toevoeging van Bio-stabilisator is ook voor goed ingebrachte filters belangrijk
aangezien Bio-stabilisator het biologische evenwicht helpt te behouden.
bio-stabilisator bevat geen bacteriën aangezien in de biofilter voldoende
actieve biomassa verzameld is. Bio-stabilisator moet 2 tot 4 weken na toevoeging
van Bio-accu gebruikt worden en na ongeveer 6 weken herhaald worden.
Bitron 11
Bij de uitrusting van de Biotec-filter hoort ook het voorschakelapparaat Bitron
11 met een UVC-lamp (tek. 8). UVC-licht is energierijk licht met een korte
golflengte. Door dit licht worden algen en ziekteverwekkers gedood
vóór het water in de eigenlijke biofilter komt. Zo wordt vermeden dat
het water groen wordt door in filters vaak voorkomende algen. Bovendien wordt de
doeltreffendheid van de filter verhoogd, en de micro-organismen in de biofilter krijgen
extra voedsel.
De praktische aanwending van UVC-licht in filters voor
tuinvijvers heeft aangetoond dat na meerdere jaren immune algen worden gevormd.
Die UVC-lamp is dan praktisch niet meer doeltreffend.
De vorming van resistente algen is toe te schrijven
aan het feit dat het water korte tijd in UVC-licht baadt. Daardoor worden
maar lage vernietigingspercentages bereikt. De algen die het best aangepast
zijn aan UVC-straling, kunnen overleven en kunnen zich verder voortplanten.
Het gevolg daarvan zijn algen waarvoor het UVC-licht niets meer te betekenen
heeft.
De Bitron 11 werd zo geconcipieerd dat slechts een deel
van het vervuilde water als bypass door het UVC-gedeelte gevoerd wordt.
Het kleinere volume (in vergelijking met de totale hoeveelheid water in
de filter) garandeert een langere verblijfstijd en dus een vernietiging
van bijna 100% van de algen. Het "kweken" van resistente algen
door mutatie en selectie wordt doeltreffend en voor geruime tijd vermeden.
UVC-licht werkt oxiderend, doodt kiemen en laat geen toxische stoffen achter
in het water.